We kijken hoopvol

Preek bij Obama en Johannes de Doper

Handleiding bij de preek over Lucas 3: 15b en 16m ‘…of hij misschien de Christus was, … doch Hij komt, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken’.

Marekerk, Leiden, zondagmorgen 25 januari 2009, ds. Barend H. Weegink (Katwijk aan Zee); preek ook gehouden in het Maranathacentrum, op zondagavond 18 januari. 

Januari, niet de vrolijkste maand van het jaar. De recessie heeft haar gevolgen, de toestand in de wereld is verre van veilig, ook in België niet. ‘Hoog Sammie, kijk omhoog Sammie, want daar is de blauwe lucht’.We hebben van de week het grote moment gezien. Ook u keek naar de inhuldiging van Barack Hussein Obama. Hier ging een wissel in de geschiedenis om. Ooit werden de zwarten met een zweep door het land geslagen, nu is een zwarte president geklommen tot machtigste van het rijk. De droom werd werkelijkheid.

Er is hoop gevestigd op Obama, ongelooflijk veel hoop. Haast zou je zeggen: dat kan alleen maar tegenvallen. Wie maakt de gigantische verwachting waar? Er is schreeuwend behoefte aan wat we in computertaal noemen: de reset. De druk op de knop om de chaos te herstellen, om van voren af aan te beginnen. De grote schoonmaakbeurt. Obama, the rising star. Ze kijken hoeveel hij van zijn beloften waar maakt en hoeveel hij er laat lopen. Aan missers tot dusver 0.

Zou hij de Christus zijn? Ook van Johannes de Doper koesterden ze messiaanse verwachtingen. Gevaarlijk om dat van een mens te doen. Lucas geeft ons de geschiedenis van Johannes in de meest complete weergave. Zijn naam, zijn afkomst, zijn kleding, zijn menu, een puur en rauw mens, een kanjer.. En een boodschap van jewelste. Vandaag moet je komen met suiker en stroop om de mensen te trekken, het moet leuk, funny zijn. Maar hier het tegendeel. Een boeteprediker, de zweep erover, oordeel, hel en verdoemenis. Onttdekkend, aanklagend. Wat is dit voor sadisme? Stoot dat niet af? De mensen lopen bij bosjes toe. Ze willen de grote opknapbeurt. Eindelijk iemand die er grondig doorheen gaat, die zegt hoe het moet. Hier hebben we op gewacht. Er zijn perioden in de geschiedenis en in je leven dat je daaraan schreeuwend behoefte hebt.

Johannes spreekt, uit zijn mond klinkt de radicale bijbelse profetie. Profeten, godsprekers, zeggen dingen boven zichzelf uit, ze zuigen het niet uit hun duim of halen het uit een hersenkronkel.

Johannes doet, hij doopt, het is de schoonmaakdoop. Op zijn afbranden volgt het lakwerk van Christus; ellende en verlossing; voorbereiding en bevrediging. Ook mensen die vandaag zo geporteerd zijn voor de volwassendoop, belevingsdoop, overdoop moeten niet vergeten dat in de christelijke doop niet enkele het feestje ligt van ‘zo blij in de Heer, ik voel Hem van binnen’. Met een schreeuw om genade ga je door de poort. Gevoel is dikwijls ongevoel, of je moet aan de oppervlakte willen blijven. Een christen blijft kruisdrager, de doop verplicht, je wordt er eerder stil van dan luid. Eén keer is meer dan genoeg, als kind al. Bekering is levenslange worsteling.

Johannes verwijst, ik ben het niet, pas op, die na mij komt, die moet het doen. In de wereld gaan de meeste groten met de roem en de rest op de loop. Ze kunnen de weelde niet aan, ze geloven in zichzelf, ze raken hun brontaal kwijt. Macht maakt pervers. Johannes zegt: ik ben niet waard het minste werk voor de grote Baas te doen. De zondedrager, volbrenger en behouder staat voor de deur. Alle eerbied voor Christus, het Lam van God. In Hem wordt een arme zondaar rijk. Spreek mij van de Christus, niet van de christen. Johannes voedt het persoonlijk geloof dat van kruislijden en verzoening weet. Christus is mijn hoop. Hij moet wassen, ik moet minder worden. Dat heeft Johannes vol moeten houden, ook toen hij zelf een kopje kleiner werd gemaakt in de dodencel.

Het zijn grote mensen, die weten om te gaan met de hoop van anderen. Ze kanaliseren en voeden de verwachting, ze leiden hen tot Christus, de hoop van de wereld. Ze verwijzen en stellen zich dienstbaar op. Een hart dat wacht in ootmoed is lieflijk voor de Heer. Dienen en verwijzen doen wij in het klein. In huwelijk, relatie, gezin, familie, buurt, werk, school, club wordt er ook naar u, jou en mij gekeken of we iets van het geheim van het leven laten doorkieren.

Waar haal jij je moed en ideaal vandaan? Christenen zuigen hun merg uit de Schrift, ze putten uit hun kernbelijdenis. De wereld knapt ervan op wanneer we dienstbaarheid en toekomstverwachting blijven verbinden aan Christus, die de bron van het leven is. Het allersterkst is straks dat de Meester komt en ons neemt in zijn eeuwig koninkrijk. Bidt voor de groten en de kleinen, bidt voor elkaar en bid voor jezelf. Een instrument in Uw hand, laat mij dat zijn…