Klaagliederen

Klaagliederen Op de studentencatechisatie moest ik deze week het boek Klaagliederen behandelen. Iemand had erom gevraagd. Ze zei: ik vind het zo’n vreselijk woord, daar schuilt vast geen vreugde in. Tja, het past in deze sombere tijd van de wereldgeschiedenis. Alom is er spanning in het Midden-Oosten, regimes wankelen en eer je er erg in hebt kan de hele boel op z’n kop staan. Toeristen op sightseeing in Cairo, trekkend door de Sinaiwoestijn of languit liggend op het strand van Hurghada en Sharm-el-Sheikh moesten hals over kop terug. Het kan ontbranden rondom de hele Middellandse Zee en de olieprijzen in Nederland worden er meteen hoger van. Journal de tristesse. Klaagliederen zijn van de profeet Jeremia. Bij hem berust het auteursrecht, lezen we in 2 Kronieken 35: 25. Daarom volgen ze ook op zijn eerste boek. De dichter klaagt over de verwoesting van Jeruzalem. Door de Babyloniër/ Irakees Nebukadnezar, die in 586 het zuidrijk Juda deporteert, is de heilige stad aan gort geslagen. Jeremia treurt over de val. Hij werd weggevoerd naar Egypte. Hij had nog wel zo’n mooie naam, ‘de Here sticht’, maar nu jeremieert, jammert hij. Threni, tranen, heet zijn boek in het Latijn. Inderdaad, daar word je niet vrolijk van. Het is een bundel van vijf liederen, deels in de vorm van een abc, die in het Hebreeuws Echa, dat is ‘ach’, heten. Ze geven een beeld van de gruwel der verwoesting waarin Sion is terechtgekomen. Het is het verslag van een ooggetuige. De rouw, ontgoocheling, verslagenheid en verwarring druipen ervan af. En tegelijkertijd speurt het boek naar de oorzaak van de ellende. Onmiskenbaar dat het komt door de zonde en ongehoorzaamheid van de mensen en hun voorgeslacht. Als je het leven geestelijk in gruzelementen gooit, gaat het met de uitwendige maatschappij ook die kant op. De straf van God is soms dat Hij je overlaat aan de situatie die je zelf gekozen had. Hoe dwaas kan de menselijke society zijn. God is rechtvaardig in Zijn doen en laten. Hij hoeft het ons niet op een briefje te geven. De dichter Jeremia roept ons ook tot berouw en inkeer, dat we er niet opnieuw zo’n puinhoop van zullen maken. In ieder klacht schuilt hoop. Dan mag er licht aan het eind van de tunnel gloren. Nieuw vertrouwen op Gods liefde. We zijn niet voor de afbraak maar voor de wederopbouw geschapen. Er is ruimte voor een betere toekomst. Er zijn mooie dingen in dit droefboek te vinden. Kijk eens in 3: 22 t/m 26. Ik heb er eens Nieuwjaar uit gepreekt. Vooral deel vijf is een gebed om verlossing en herstel: ‘Breng ons, Here, terug, dan zullen we bekeerd zijn. Vernieuw onze dagen als voorheen’. Zoals vaak in het geloof: wanneer je het niet verwacht, ligt er goud.Israël leest Klaagliederen op de jaarlijkse vasten- en rouwdag waarop het de afbraak van de tempel herdenkt. Het boekje is opgenomen als een van de vijf Megillot, voorleesrollen op de gedenk- en vierdagen. Het hoort tot de Geschriften (Chetubim) die volgen op de Wet (Torah) en de Profeten (Nebiim). Samen vormen ze de Tenach, dat is de Oude Schrift. En daarop volgt de Nieuwe Schrift, het tweede of christelijke testament.  Wat de Klaagliederen met Jezus hebben? Jezus weent over de stad. Maar Jezus verlost Jeruzalem ook. Door Zijn heilig lijden en sterven. En door Zijn overwinningsklank op de Paasmorgen: Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt door gans Jeruzalem. Een heerlijk morgenlicht breekt aan: de Zoon van God is opgestaan. Die tempel kunnen wij niet herbouwen. Want hij is opnieuw gebouwd in het lichaam van Christus. Hoe versplinterd protestanten zijn en hoe verdeeld de wereldkerk ook is, de geestelijke tempel is een voorlopig huis van God op de aarde. Door het evangelie kom je binnen. Totdat ook die tempel niet meer nodig is. In het komende Rijk leven we direct in God.Als een mens klaagt, moet hij over zijn zonden klagen. Dr. A.J.Th. Jonker zei: God verwacht ons met tranen thuis, daarom dat lijden. Maar Hij zal alle tranen van de ogen afwissen. En als een mens jubelt, doet hij dat over de verlossing. ‘Gij hebt mijn weeklacht en geschrei veranderd in een blijde rei’.Rondom Valentijn willen de catechisanten het boek Hooglied over de liefde bespreken, dat is andere kost. Maar ik verklap alvast: ook dan gaat het over Jezus! (KaZ, 31 jan. 2011, BHW)