Hendrikse en Calvijn

Column in Confessioneel 22/1

De Middelburgse ds. Klaas Hendrikse was onlangs 25 jaar predikant. Hij trok nogal aandacht met zijn boek ‘Geloven in een God die niet bestaat’, waarin hij zijn ‘a-theïsme’ ontvouwt. Helaas werd dat boek een bestseller. Goed voor de portemonnee, maar niet voor de kerk. Hendrikse steelt hij niet het hart van de confessionelen en ook niet van de Protestantse Kerk. In een open brief aan dr. Arjan Plaisier, de secretaris-generaal, vroeg hij of er niet een vergadering kon komen waarin de synode zich uitspreekt over het bestaan van God. Dan zouden we weten of ‘God bestaat’ dan wel of ‘God in ons gebeurt’. Plaisier wilde niet linea recta op zijn verzoek ingaan. Dat is geen zwaktebod of koude reactie. Het is een wijs antwoord van de scriba. Stel je voor dat de synode bij handopsteken uitmaakt of God bestaat. Nota bene bij meerderheid van stemmen! Wat verbeelden we ons wel? Het zou de omgekeerde wereld betekenen. God is God en de mens is mens. Die mens moet nog maar zien of hij voor God kan bestaan. In Gods genadige ontferming is er voor de mens een plaats bij God. Dat is de goede boodschap van het evangelie en dat danken we aan het verzoenend werk van Christus. Confessionelen maken er een hartezaak van wanneer ze pleit voeren voor een gezonde en gefundeerde christelijke visie op Schrift en belijden. Het gaat over Jezus Christus, Hij is de liefde van God en de grond van ons bestaan. Of de mening van Hendrikse acceptabel is, moet de kerk langs haar eigen kerkjuridische wegen maar uitmaken. Waarschijnlijk overleeft Hendrikse zo’n proces, want het vergt tijd. Zo lang heeft hij als dienstdoende predikant niet meer te gaan, hij is inmiddels in zijn 62e levensjaar. Het zou een goed bericht zijn wanneer ds. Hendrikse laat weten dat hij tot voortschrijdend inzicht is gekomen: God bestaat! Dan leven we met hem van de verwondering. ‘De Heer is God en niemand meer: verheerlijkt Hem, gij vromen’, zingen we met de regels van een beproefd gezang. Kort gezegd: God bestaat, zelfs wanneer geen mens meer in Hem zou geloven. Maar dat moeten de mensen juist wel doen! Calvijn maakte er zijn levenswerk van om het ‘Coram Dei’ te belijden. We staan onder de aanwezigheid van God. We leven voor Zijn aangezicht en zijn geroepen ons leven naar Zijn geboden en beloften in te richten ‘Ad Maiorem Dei Gloriam’, ter meerdere glorie van God. Calvijns speerpunt is de vraag hoe de God van het boventijdse leven bij ons op aarde Zijn eer krijgt. Een diepgelovige houding, de aanbidding en een praktische gehoorzaamheid zijn daartoe nodig. Dat leren we de kinderen en dat vragen we van volwassen mensen: dat ze rekenschap zullen geven aan God. Hij, die onze Behouder is, staat ook als rechter voor de deur. We gedenken dit jaar dat Jean Cauvin (Johannes Calvijn) een half millennium geleden werd geboren. Dat was op 10 juli 1506 in de Franse stad Noyon. Als u daar van de zomer toevallig in de buurt bent, kunt u er een bescheiden maar mooi museum over zijn leven en werk bezoeken. Er is veel aandacht voor het jubileum van Calvijn. Ook het liberale NRC Handelsblad kopte van de week op de voorpagina met het bijzondere Calvijnjaar. Dat mag in de krant. De invloed van kerkhervormer op de wetenschap, de cultuur en de politiek van Nederland is groot. Als kerk zouden we goede sier maken wanneer we het gedachtegoed van Calvijn voor het geestelijk leven promoten. We lijden aan geloofsversimpeling wanneer we blijven bazelen over de vraag of God wel bestaat. Van twijfel alleen wordt geen mens zalig. Er is een verdiept spoor nodig. Dan spreken we als christenen mee in de vragen van de huidige tijd. Ook verscheen de Calvijn glossy! Glunderend neem ik het super-de-luxe eenmalige tijdschrift in de hand. Máxima, de prinses, wordt daarin op haar Calvijngehalte beoordeeld. En wij allemaal. Zorg maar dat je een hoge C-factor in je bloed hebt. Het voorkomt een epidemie.

Barend H. Weegink (verschenen in: Confessioneel, 22 jan. 2009, rubriek: Van de algemeen secretaris Schrift en Belijden)