Kerkenraad

Christus heeft, om Zijn gemeente te hoeden, te bewaren en (terug) te brengen tot wat haar in Hem geschonken is, de ambten ingesteld. De ambtsdragers vertegenwoordigen Christus in het midden van de gemeente. Van hieruit zijn zij zowel met gezag bekleed als tot grote verantwoordelijkheid geroepen. Anderzijds is de kerkenraad ook de vertegenwoordiging van de gemeente. 

De kerkenraad, bestaande uit predikant, ouderlingen en diakenen, is:

  1. verantwoordelijk voor de voortgang van de zuivere bediening van het Woord van God en de Sacramenten;
  2. geroepen tot herderlijke zorg in al zijn facetten aan allen die tot de gemeente behoren;
  3. gehouden om opzicht uit te oefenen over leer en leven van de gemeenteleden;
  4. belast met de zorg voor de stoffelijke belangen van de gemeente.

Dit alles opdat de gemeente zal mogen opwassen in Hem, Die haar Hoofd is: Christus. Hiertoe neemt de bezinning met onderling opscherpen en bemoedigen een belangrijke plaats in tijdens de vergaderingen van de kerkenraad. 

De predikant is geroepen tot de dienst van het Woord, van de sacramenten en van de gebeden in de erediensten. Hij ruimt voldoende tijd in voor studie en exegese van het Woord. Zijn verblijf bij de Bron is van onschatbare waarde voor zijn arbeid in prediking en herderlijke zorg. Hiertoe behoort ook het benutten van de geldende regelingen voor studieverlof, waartoe de kerkenraad hem de ruimte en de mogelijkheden biedt. Vanuit het onderzoek van het Woord leidt hij de gemeente in haar geheel en gemeenteleden afzonderlijk in onderwijzing, vermaning, vertroosting en bestraffing, naar wat nodig is. Bovenal verkondigend de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus. Hij weerlegt met het Woord dwalingen en valse leer met het oog op de rechte wandel van de gemeente. 

De ouderling is geroepen tot het opzienersambt. Hij heeft, met de predikant, het opzicht over leer en leven van de gemeente. Hij is de predikant behulpzaam met goede raad, ziet toe dat alle dingen in de gemeente met orde geschieden en verleent pastorale zorg aan hen die raad en troost behoeven. Ook heeft hij de taak toe te zien op leer en leven van de predikant. 

De diaken is geroepen tot het inzamelen, bewaren en uitdelen van de diaconale gelden/liefdegaven. Hij dient te onderscheiden waar nood is, en met een bewogen hart uitdeling te verzorgen. Hij gaat voor in het dienen, opdat de gehele gemeente haar roeping in deze leert verstaan. Het dienen aan de tafel des HEEREN behoort ook tot zijn taak. Aangezien de kerkenraad aldus gesteld is tot het regeren en vertegenwoordigen van de gemeente, acht de kerkenraad vanuit en in gehoorzaamheid aan de Schrift, het ambt niet toegankelijk voor vrouwelijke gemeenteleden. In vele andere verbanden mag de gemeente dankbaar gediend worden door vrouwen (bijvoorbeeld het PPH-werk en Dames Comité ) die hun gaven daartoe besteden.