Andreaskerk

De Andreaskerk (ook bekend als de Oude kerk of witte kerk) werd gebouwd kort na 1461, toen Katwijk aan Zee een zelfstandige parochie werd. Het gebouw is kenmerkend voor het geloofsleven; het maakte ups en downs mee. Tegenwoordig is het Katwijks bekendste gebouw en trekt iedere zondag weer honderden mensen voor de verkondiging van het evangelie.

Voor de reformatie

De kerk was gewijd aan sint Andreas. Samen met de grond van het pastorie was het een fors perceel dat daarom bij de bouw waarschijnlijk aan de rand van het dorp lag. De bouw van de kerk zal bekostigd zijn door de (gegoede) Katwijkers.

Op 5 april en 24 mei 1571 zou de kerk geplunderd zijn door de Watergeuzen. Eén van plunderaars, Jacob van Billeken, werd op 23 of 24 juni gevangen genomen, met drie anderen in Den Haag verhoord en op 31 juli 1571 als zeerover opgehangen op een hoog duin bij Katwijk. Een jaar later, rond het beleg van Leiden werd de kerk vernield; alleen het dak en het bovenste deel van de muren.

Na de reformatie

Na de verwoesting rond 1571 werd waarschijnlijk eerst in Katwijk aan den Rijn gekerkt. Vermoedelijk tussen 1580 en 1590 werd de zuidelijke helft van het schip herbouwd. In 1709 werd de kerk uitgebreid met de noordelijk helft van het schip. Tot 1791 werd begraven in en rond de kerk. In 1791 werd een nieuwe begraafplaats ingericht ten oosten van het dorp.

In het begin van de 19e eeuw werd de kerktoren eigendom van de gemeente Katwijk. In 1836 werd de spitse toren door een storm vernield en vervangen door achtkantige koepel. In 1887 werd de Nieuwe Kerk in gebruik genomen en werd de Oude Kerk in 1890 verkocht aan de rederij Katwijk, die het gebouw als rederijschuur gebruikte. Na aandringen van kunstschilders en Katwijkse burgers werd een 30 à 40 jarig onderhoud bedongen.

In 1921-1924, na de beëindiging van de rederij, werd de kerk weer teruggekocht en herbouwt op vrijwel de oudste grondslagen. Om een doorloop te krijgen werden poortjes in de steunberen gemaakt. De delen, die nog uit de Middeleeuwen stamt, zijn: het muurwerk van de toren, het schip, de zuiderdwarspand en het fundament, de doopkamer en koor.

In 1942 werd de kerktoren tot aan aan het dak afgebroken, omdat de kerk in de Atlantic wal ligt. Alle bebouwing, die dicht rond de kerk stond, werd afgebroken. In circa 1952 werd de toren weer hersteld.