Het lampje brandt

Nieuwsbericht
Datum:
Groep:

U weet dat misschien niet, maar iedereen heeft hier een eigen plaats! Enne….u zit op mijn plaats! Dat soort zinnetjes kon je vroeger in de kerk nogal eens horen. Soms op een nette manier. Soms op een botte manier. De zitplaatsen werden verhuurd. Wie geen eigen plaats had, die moest voor de dienst soms enige tijd wachten. In het gangpad. In de hal. Tot vijf minuten voor de aanvang van de dienst. Dan ging er een lampje branden. Dat was het seintje dat de plaatsen werden vrijgegeven. Dan mocht men op de overige plaatsen gaan zitten. 

God dank is dat in de meeste kerken afgeschaft. Want wat zijn er door het verhuren van de zitplaatsen veel brokken gemaakt. Bij mensen die niet de gewoonte hadden om regelmatig naar de kerk te gaan. Randkerkelijken. Buitenkerkelijken. Moet je je voorstellen: iemand besloot om eens een keertje naar de kerk te gaan. Wie weet wat er allemaal aan vooraf was gegaan, aan aarzelingen, aan strijd. Die moest dan eerst een tijdje staande wachten. Of nog erger......die ging per ongeluk op een verhuurde zitplaats zitten en die kreeg dan te horen: u zit op mijn plaats! Dat is toch geen goede zaak?! Dat heeft onnodig afbreuk gedaan aan het kerkelijk leven! Vooral omdat het zo weinig gebeurde dat mensen die wel een plaats hadden uit zichzelf opstonden. Heel spontaan tegen een gast zeiden: gaat u hier maar zitten! 't Is namelijk zo: wij hebben hier vaste plaatsen, verhuurde plaatsen. Ik heb er één, u niet, u komt hier niet zo vaak, daarom gaat u hier maar zitten! Op mijn plaats! Ik ga wel even staan!!

Gastvrijheid in de kerk. Dat was, misschien moeten we wel zeggen: dat is niet het sterkste punt! Hoe dan ook.....God dank heeft men in de meeste kerken niet meer zo’n lampje.

Toch.....als je doordeweeks gemeenteleden bezoekt, je praat over de kerk, over het geloof, over het avondmaal,   dan merk je soms dat er gemeenteleden zijn die a.h.w. nog steeds wachten tot het lampje gaat branden. Het lampje bij God. Als teken dat ze welkom zijn. Als teken dat er plaats is. Plaats bij God.

Terwijl God hartelijk uitnodigt! Wie tot Mij komt, zal ik nooit en te nimmer wegsturen! Hij wil juist dat alle plaats bezet worden! En…er is nog plaats! Daarom: Kom tot uw Heiland, toef langer niet, kom nu tot Hem, Die redding u biedt, Die ook voor u de hemel verliet, hoor naar Zijn roepstem: kom!