Maranathacentrum, avonddienst van 11 November 2018

Datum:
Zondag, 11 November 2018 - 18:00
Locatie:
Maranathacentrum
Voorganger:
ds. E.H. Egberts
Wijk:

Orde van dienst voor de avonddienst op zondag 11 nov. 2018 in de Hervormde Gemeente te Katwijk, 18.00u

 Thema: ‘Jeremia: een onwelkome boodschap’

Voorganger: ds. E.H. Egberts

 Voorbereiding

 Welkom

 We zingen: Psalm 92: 1.

 Stil gebed - Votum en groet

 We zingen: Psalm 92: 2.

 Gebed

 Rondom het Woord bijeen

 Schriftlezing: Jeremia 1: 1 t/m 10

 11Hier volgen de woorden van Jeremia, de zoon van Chilkia, afkomstig uit een priestergeslacht uit Anatot in het gebied van Benjamin. 2De HEER richtte zich tot hem in het dertiende jaar dat koning Josia, de zoon van Amon, over Juda regeerde. 3Ook sprak hij tot hem tijdens de regering van koning Jojakim, de zoon van Josia, en in de jaren daarna, tot het einde van het elfde regeringsjaar van Sedekia, de zoon van Josia. In de vijfde maand van dat jaar werd Jeruzalem in ballingschap gevoerd.

 4De HEER richtte zich tot mij: 5‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ 6Ik riep: ‘Nee,  HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ 7Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag.8Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt deHEER.’ 9En de HEER strekte zijn hand uit, raakte mijn mond aan en zei tegen mij: ‘Hiermee leg ik mijn woorden in jouw mond. 10Nu, op deze dag, geef ik je gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, om ze te vernietigen en af te breken, op te bouwen en te planten.’

 We zingen: Psalm 25: 1.2.

 Schriftlezing: Jeremia 1: 11 t/m 19

 11De HEER richtte zich tot mij: ‘Wat zie je, Jeremia?’ Ik antwoordde: ‘Ik zie een amandeltwijg.’ 12‘Dat zie je goed, ’ zei de HEER, ‘zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.’

13De HEER richtte zich opnieuw tot mij: ‘Wat zie je?’ Ik zei: ‘Ik zie een gloeiend hete kookpot die vanuit het noorden overhelt.’ 14De HEER zei: ‘Vanuit het noorden zal onheil over alle inwoners van dit land worden uitgestort. 15Ik roep de volken van alle koninkrijken uit het noorden op – spreekt de HEER. Ze zullen dit land binnenvallen en hun tronen voor de poorten van Jeruzalem zetten, rondom de muren en om alle andere steden van Juda. 16Ik zal het volk vonnissen voor al het kwaad dat het heeft gedaan. Ze hebben mij verlaten, wierook gebrand voor andere goden en geknield voor wat ze zelf gemaakt hebben. 17Jij, Jeremia, maak je gereed en zeg hun alles wat ik je opdraag. Laat je door hen geen angst aanjagen, anders zal ik jou angst aanjagen in hun bijzijn. 18Ik maak je nu tot een vestingstad en een ijzeren zuil, tot een bronzen muur om stand te houden tegen het hele land: de koningen en leiders van Juda, de priesters en het volk. 19Ze zullen je bestrijden, maar niet verslaan, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’

 We zingen: Psalm 25: 6.

1ste  en 2de collecte

 Verkondiging

 We zingen: Psalm 25: 10.

Dankbare mensen

 Geloofsbelijdenis, voorgedragen door de voorganger

 We zingen: Psalm 89: 1.

 Voorbede en dankgebed

 Extra collecte (3de)

 Slotlied: gez.444 Liedboek1973 (‘Grote God, wij loven U’)

 Zegen