Katwijk voor de Reformatie

De komst van het Christendom

Toen de Romeinen tussen de jaren 40 en 178 in Valkenburg zes castella bouwden, beseften ze niet dat ze daarmee de fundamenten legden voor de eerste kerken, ook voor de kerk van Valkenburg. De huidige ophoging in het centrum van het dorp herinnert aan de bebouwing uit die tijd.

Willibrord

Maar het Christendom groeide niet vanuit Rome. De verspreiders van het geloof in de Lage Landen kwamen vanuit Groot-brittannië. In 678 zetten bisschop Wilfred voet op Friese bodem, waar hij enige  tijd bleef om vervolgens door te reizen naar Rome. Wilfred was de leermeester van Willibrord, die bekend is geworden door zijn zendingsactiviteiten. Er wordt aangenomen dat Willibrord te Katwijk voet aan land heeft gezet. Nadat Willibrord zich in 695 door paus Sergius I tot aardsbisschop van de Friezen liet wijden vestigde hij zich in Utrecht, waar hij een kerk en een klooster liet bouwen. In zijn missiewerk richtte hij zijn aandacht met name op de kuststreek van Nederland.

De eerste christelijke gemeenschappen in de Duinstreek

Pas enkele eeuwen na het vertrek van de Romeinen ontstonden de eerste christelijke gemeenschappen in ons land. Kloosterlingen waren de instrumenten in Gods hand. Hier in het westen was een verhoging bij uitstek geschikt voor een kerkgebouw. Omstreeks 835 werd te Valkenburg, op de plek van de huidige kerk een kapel gebouwd.

Een Katwijkse parochie

In 1295 had pastoor Willem een geschil met een groep parochianen. Een zekere vrouw Hylla, een leprapatiënt, had in Katwijk een kleine kapel gebouwd om daar met andere leprapatiënten de mis te kunnen vieren vanwege besmettingsgevaar. Nu bleek dat steeds meer Katwijkers die kapel gingen bezoeken in plaats van de kerk in Valkenburg ondanks de kans op besmetting. Aangezien de kerk in Valkenburg haar inkomsten drastisch zag teruglopen eiste pastoor Willem dat de diensten in de kapel onmiddellijk werden stopgezet. Tenslotte besliste de bisschoppelijke rechter dat de pastoor gelijk had, het gevolg was dat Hylla haar kapel moest sluiten.

In 1343 kreeg Katwijk toch een kapel, gewijd aan St. Joan Baptista (Johannes de Doper). In deze periode namen de beide Katwijken aanzienlijk toe in inwonertal. In 1353 hebben de beide Katwijken een eigen pastoor, ene Jacob. en in 1388 kreeg Katwijk haar eigen parochie.

Veel later, in 1461, werd Katwijk aan Zee van haar buren los gemaakt. Vanaf die tijd gaat de kerk van Katwijk aan Zee haar eigen weg. Tot 1517 is er niet veel bekend over de geestelijkheid. Wel is zeker dat de heer van Katwijk grote invloed had op het Kerkelijk bestuur. Het kerkgebouw dat omstreeks 1480 werd gebouwd staat er nu nog.

Het Gasthuis van Katwijk aan Zee

In de tweede helft van de twaalfde eeuw stichte Guy de Montpellier een broederschap van de Heilige Geest. Deze broederschap zette zich in voor de armenzorg. Al snel kwamen er steeds meer instellingen, die hulp boden aan de minder bedeelden in de samenleving. Ook in Katwijk begon men met het uitreikenvan voedsel, kleding, brandstof en geld aan de armen. De eerste vermelding van het Katwijkse gasthuis dateert van 1405. Pas in 1481, kort na het stichten van de parochie, kreeg het gasthuis een officiële status. Veel later, in 1619, werd het gasthuis uitgebreid met een weeshuis.

De tachtig jarige oorlog

Oude kerk 1572

Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) heeft Katwijk van beide partijen veel te lijden gehad. Op 7 september 1569 waarschuwde het hof voor de overlast van zeerovers, rebellen en andere vijanden, die de kuststrook onveilig maakten. Vissersschepen werden gevorderd en aan koopvaarders werd belasting opgelegd. Men was bang dat de Geuzen met hun kleine boten mannen aan land zouden brengen om bij nacht en ontij de kustdorpen te overvallen en de ingezetenen te beroven. In het voorjaar van 1571 ondernamen de watergeuzen strooptochten in Vlaanderen, in Zuid Holland, bij Ooltgensplaat en in Brabant. Op de 24e mei landden de Watergeuzen ook in Katwijk aan Zee. Of de Katwijkers de Watergeuzen hebben gezien als bevrijders of als zeerovers is niet duidelijk.

Leiden ontzet

Het was een onrustige tijd waarin plunderingen en strooptochten aan de orde van de dag waren.Vooral de Spaanse troepen die waren betrokken bij het beleg van Haarlem maakten zich hieraan schuldig. Na de val van Haarlem in juli 1573 verplaatsten de troepen zich richting Leiden. De Spaanse troepen gingen erg te keer. In Wassenaar hebben ze grondig huisgehouden en de inwoners van Katwijk zijn tussen 1572 en 1574 geëvacueerd. In 1574 is het hele platteland van Zuid Holland overstroomd. Don Ferdinant was met een aantal regimenten vanuit het noorden over het strand de vesting Holland binnen gekomen. Zonder veel tegenstand werd de hele duinstreek tot en met Den Haag bezet. Tenslotte heeft het water Leiden ontzet.

De reformatie van de duinstreek

Na het ontzet van Leiden wordt de eredienst ingericht volgens de gereformeerde leer. Jonker Aelbert van Raaphorst uit Wassenaar die aanvankelijk had gestudeerd voor pastoor, is overgegaan naar de Geuzen. Op 4 november 1575 wordt hij benoemd tot Dijkgraaf van Rijnland en daarna heeft hij zijn best gedaan om de nieuwe leer ingang te doen vinden in Wassenaar en de beide Katwijken. In 1577 en de jaren die daar op volgen pleegt hij herhaaldelijk overleg met de Hervormde kerkmeesters, eerst om een predikant te beroepen en daarna om de kerk, die in 1572 werd verwoest te herbouwen.

Meer hierover kunt u lezen op de pagina getitelt "Katwijk na de Reformatie"