Katwijk na de Reformatie (1574-1598)

Willem van Oranje

Met de bevrijding van Leiden, 3 oktober 1574, kwam heel Holland in handen van de aanhangers van de Prins van Oranje. Overal werd de Hervorming doorgevoerd. Op last van de Prins is nog geprobeerd om de rooms-katholieke dienst toch oogluikend toe te staan in Holland en Zeeland. De Prins was een voorstander van vrijheid van godsdienst, maar de staten wezen dit af.

Dominee Wouter van Barneveld

Wouter van Barneveld kan worden gezien als de eerste predikant van Valkenburg en de beide Katwijken. Gekomen van Barneveld was hij in de periode 1574 tot 1582 pastoor en predikant te Katwijk aan de Rijn. Wouter is dienstdoend overleden op 9 juli 1582 en begraven in de Nederlandse Hervormde dorpskerk van Katwijk aan de Rijn waar zijn grafsteen in een kerkmuur is ingemetseld.

Dominee Pieter Heynricks

Pieter Heynrickszoon vluchte in 1577 vanuit Gent in Vlaanderen. Rond dat jaar werd hij in Katwijk ingeschreven om hier tot aan zijn dood te blijven. Wouter van Barneveld kon vanaf dat moment wat rustiger aan doen. Uit betalingen die er zijn geweest blijkt dat hij de eerste predikant was die alleen door de gemeente van Katwijk aan Zee werd betaald. Waarschijnlijk heeft hij de gemeente tot 1585 gediend en is hij in dat jaar overleden.

Dominee Cornelis Corneliszn Braeckel

De opvolger van dominee Heynricks werd in 1586 weer belast met het opzicht over de beide Katwijkenen Valkenburg. Over de werkzaamheden van dominee Braeckel, de derde predikant van Katwijk is helaas weinig bekend.

Dominee Wilhelmus Vinck Dirckszn

Catechismus Vinck

Wilhelmus Vinck is was de laatste predikant die voor de onmogelijke taak stond om de parochies van Valkenburg en de beide Katwijken te dienen. Na de reformatie kregen de drie gemeenten elk een eigen kerkenraad.

Naast zijn omvangrijke pastorale taak, deed dominee Vinck ook nog wetenschappelijk werk. Zo voltooide hij in 1598 zijn 'Uutlegginghe des Catechismi' dat het voor ons mogelijk maakt om de vraag te beantwoorden waarover op de zondagen werd gepreekt en hoe het catechetisch onderwijs er in die tijd aan toe ging.

Het kerkenwerk

Dominee Vinck heeft veel aantekeningen na gelaten die veel vertellen over het  kerkenwerk uit de periode dat hij predikant was en over de conflicten die toen aan de orde waren.

De verkiezing van  ambtsdragers

Wat betreft de verkiezing van ambtsdragers is er weinig veranderd. Vanaf die tijd is het gebruikelijk de periode rond de jaarwisseling te gebruiken voor het kiezen en bevestigen van nieuwe ouderlingen en diakenen. Aan zo'n verkiezing deed aanvankelijk de hele gemeente mee. De benoemde ambtsdragers werden afgelezen van de kansel, en als er geen bezwaren waren tegen hun ambtsuitoefening twee zondagen daarna bevestigd. De eerst bekende kerkenraad bestond uit tenminste zeven personen. De kerkmeesters (kerkvoogden), de gast- en weeshuismeesters maakten geen deel uit van de kerkenraad. Ze werden wel geraadpleegd.

Het Heilig Avondmaal

Het  Heilig Avondmaal werd regelmatig bediend, en de viering werd twee weken van te voren aangekondigd. In deze periode van voorbereiding zal intussen 'een ieder van de broeders en zusters van de kerk alhier in het gebruik ervan aangesproken worden'. Er was geen sprake van schroom voor het 'nachtmaal des Heeren'.

Dominee Vinck drong erop aan dat de drie gemeentes het avondmaal gezamelijk vieren zullen.  In december 1592 is besloten dat men op iedere kerkelijke feestdag, in een van de dorpen het Heilig Avondmaal zou vieren, met Kerst in Katwijk aan Zee, met Pasen in Katwijk aan de Rijn en met Pinksteren in Valkenburg, 'en aldaar zullen alle de lidmaten van alle dorpen met melcander communiceren en tot malcalder komen'.

De wekelijkse diensten

Hoe werd dat opgelost iedere zondag, met maar één predikant? Hierover spraken de broeders het volgende af: Als er op zondagmiddag in Valkenburg geen dienst is, dan zijn de gemeenteleden gerechtigd om de dienst in Katwijk te laten lopen en zich naar de kerk in Valkenburg te begeven om daar uit het 'Huysboeck' van Heinrich Bullinger te lezen. Een soort leesdienst dus. Er werd goed opgelet of iedereen er wel was, want oponwettig verzuim stond een boete van vijf stuivers. Die kwamen dan in de kas van de diakenen terecht. In Katwijk aan Zee waren de leesdiensten al gebruikelijk, men kende dit fenomeen al van de zondagen aan boord.

De kerkelijke tucht

Uit de aantekeningen van dominee Vinck valt ook op te maken dat de kerkelijke tucht werd gepraktiseerd. Op verschillende plaatsen brengt hij het toepassen van de kerkelijke tucht ter sprake. Zo werd op 29 december 1596 ouderling Jan Cornelis Coster aangesproken, omdat hij de zondag daarvoor niet aan het Heilig Avondmaal was geweest. Daarbij werd hem ook veel onstichtelijks verweten. In aanwezigheid van al de broeders heeft hij toen beterschap beloofd.

In 1599 krijgt Katwijk aan Zee, dat tot die tijd samen met Valkenburg een predikantsplaats deelde, haar eerste eigen predikant, dominee Josias Heinsius. In de 17e eeuw zou de gemeente van Katwijk aan Zee echt zelfstandig worden.