De Hervormde Gemeente in de 20e eeuw

Vissersdorp Katwijk aan Zee

In de eerste helft van de twintigste eeuw was Katwijk een echt vissersdorp. De meeste inwoners hadden direct of indirect te maken met de visserij. Maar ook de boeren bevolking telde mee. Zij beschikten overmankracht, paarden en wagens op de momenten dat het nodig was. Sommige boerenzoons hadden een slepersbedrijf. Zij zorgden voor de aan- en afvoer voor reders. Een aantal boeren was zelf reder, zij bezaten één of meer bomschuiten.

In de maanden dat er niet werd gevist vonden veel vissers hun werk in de landbouw. De voorbereiding voor de teelt van groente en aardappelen vergde in die periode veel mankracht. De echte zeejongens zochten dan werk bij de reders: het gereed maken van de schepen, van nette, gereedschap en ander onderhoud nodig voor het nieuwe visseizoen. Bij hun werkzaamheden werden ze geholpen door vrouwen en meisjes op de boetzolder of op het wantveld, die het hele jaar door denoodzakelijke reparaties uitvoerden.

Tot na de Tweede Wereldoorlog werdt de haringvangst uisluitend met vleetvisserij bedreven: afhankelijk van de plaats en het seizoen werden de drijfvleet of de zinkvleet gebruikt. Later werden andere methoden ontwikkeld voor de haringvangst.

Hospitaalkerkschip "De Hoop"

Hospitaalkerkschip

In 1897 kwam J. Chambers, een Schotse dominee te Amsterdam, op het idee een Hospitaalkerkschip uit te rusten voor de visgronden op de Noordzee. In Engeland had men al enige tijd de "Deep sea mission". De taak was veelomvattend, want in een gebied op de Noordzee tot boven de Shetland eilanden, zo groot als heel Frankrijk, bevonden zich 800 vissersschepen met 10.000 man aan boord. Met het zeilschip De Hoop, een tweemasterschoener, dat een begrip zou worden, moest men dit hele gebied bestrijken. Later is overwogen om een tweede schip aan te schaffen, maar dat is nooit gebeurt. In 1912 werd het zeilschip vervangen door een zeilschip met hulpmotor. In 1938 werd dit schip geheel omgebouwd tot een snelvarend motorschip. Het kreeg toen een modern instrumentarium ten behoeve van de radio en de telefonie. Vanaf dat moment was men voortdurend in contact met de gehele vissersvloot die ook over radiotelefonie beschikte. In 1987 is hospitaal-kerkschip De Hoop uit de vaart genomen.

Rond de Eerste Wereldoorlog

Voor de oorlog ontplooide de gemeente verschillende bouwwerkzaamheden. Er werd in 1911 een nieuw weeshuis gebouwd en in 1912 zag een nieuwe zaal het licht voor de zondagmiddagdiensten omdat de Nieuwe Kerk te klein was geworden. Ook werdt er in 1914 een nieuw gasthuis gebouwd.

Van 1914 tot 1918 woedde de Eerste Wereldoorlog. In de kerkenraadsnotulen staat weinig te lezen over deze rampspoed, behalve een enkele opmerking als "in deze donkere tijden". Plaatselijk was er ook rouw in het dorp gekomen door de dramatische gebeurtenissen op de zogenaamde "gekkenlogger", de KW 171.

De gekkenlogger

De gekkenlogger Begin september 1915 gebeurde er op een Katwijkse logger, de KW 171 met de roepnaam Noordzee V, verschrikkelijke dingen. In een week tijd werden drie moorden gepleegd die later niet alleen de gemeente maar ook het hele land bezig hielden. Daardoor kreeg de logger de bijnaam van gekkenlogger. De gebeurtenissen zijn nauwgezet beschreven door de Katwijkse psycholoog Joop Burgerhout in "De gekkenlogger of de heiliging van Arie Vlieland" (Katwijk, 2000). Hij ordent de feiten en ontrafelt de moorden op grond van de beschikbare gegevens en hij komt daarbij tot belangwekkende conclusies.

Toen het schip op 3 augustus 1915 uit IJmulden vertrok waren er dertien bemanningsleden aan board. Volgens Burgerhout waren ze van huis uit geen van aller bijzonder kerks. Maar in de sombere oorlogsjaren waren de laatste tijd godsdienstige ervaringen opgedaan door het bezoeken van gezelschappen, vooral bij Arie Vlieland. Het Jaar daarvoor, in september 1914, waren honderden lijken aangespoeld aan de Noordzeekust. De massabegrafenis in het graf bij de Nieuwe Kerk trok veel aandacht en had diepe indrukken achtergelaten. Ook grote natuurrampen teisterden de aarde. Zo dacht men aan board op zeker moment dat de wereld was vergaan en als gevolg daarvan wilde de bemanning opgaan naar Jerusalem. Schipper Nicolaas de Haas stelde zich tijdens de groei van dit denkproces slap op en Arie Vlieland nam vervuld van zijn waanideeën de leiding van hem over. Dit kostte tenslotte het leven van drie van de bemanningsleden. Het geheel onttakelde en stuurloze schip werd op 12 september 1915 door het Noorse vrachtschip Joan Rein gevonden Men nam de overgebleven tien bemanningsleden aan boord en sleepte de logger een Engelse haven binnen.

De Oude Kerk weer nieuw

Op 5 maart 1919 stelde dominee Bolkenstein de kwestie van de Oude Kerk aan de orde. De rederij Katwijk aan Zee waar het pand in bezit was geweest had mer dan 40 jaar voor werkgelegenheid gezorgd maar werd nu opgeheven. De kerk werd teruggekocht en herbouwd op basis van het oude grondplan van de kerk. Op 27 februari 1924 werd de Oude Kerk weer in gebruik genomen. De Nieuwe Leidse Courant vermeld in een uitvoerig verslag van de kerkdienst: "Er kon geen muis meer in, ja naar men beweerde, zelfs geen verslaggever, maar die kunnen er altijd nog bij, dus ook hier". Dominee Jan Nauta die de plechtigheid beëindigd leidde zijn dankgebed in met de plechtige bede "dat God de Heere aan Wien deze plaats is opgedragen hier harten gevankelijk voert naar Christus, Die zegt: Ik maak alle dingen nieuw".

Jeugdwerk en strandevangelisatie

In de jaren erna bloeit het jeugdwerk. Zo wordt er een jeugdhuis aan de  Voorstraat geopend en op 9 september 1928 werd er na enkele besprekingen de eerste jeugddienst gehouden. In deze jaren werd ook voor het eerst begonnen met strandevangelisatie. Oprichter en voorzitter van de commissie die zich hiervoor inzette was dominee Voorsteegh. De bijeenkomsten werden in de zomer gehouden op dinsdag om 19.30 uur en op donderdag om 16.00 uur. Mooie plaatjes werden geschoten van de dominee op het katheder. De strandbijeenkomsten werden drukbezocht.

De richtingenstrijd

Rond 193o ontstonden er problemen met de verschillende richtingen in de hervormde kerk. Er waren een aantal gemeente leden die een rechtzinniger prediking wilden. De confessionele predikanten van Katwijk voelden zich op hun beurt te kort gedaan. Ook werden er in die jaren werden er door enkele orthodoxe lidmaten diensten georganiseerd waarvoor buiten de kerkenraad om predikanten werden uitgenodigd. In 1932 resulteerde dit in de oprichting van een Gereformeerde Gemeente. In dat zelfde jaar werdt er namens de afdeling van de Gereformeerde Bond om ruimte in het kerkblad gevraagd voor hun mededelingen. De kerkenraad kwam echter tot de slotsom dat dit niet kon omdat de afdeling niet wilde samenwerken met de kerkenraad en aanstuurde op een eigen school.

De Tweede Wereldoorlog

Al vanaf 1941 moest er toestemming worden gevraagd voor vergaderingen. De kerkenraad mocht van de bezetter haar werk blijven doen en naar behoefte vergaderen, en haar kerkelijke bijeenkomsten uitschrijven. De besturen van de jeugdverenigingen en de zondagschool kregen wel met de Duitse overheid te maken. Zij kregen te horen dat er geen bezwaar was tegen hun taak, mits ze geen onderwerpen van politieke  aard behandelden. De besturen gaven daarom hun bevoegdheden in handen van de kerkenraad. Alle leiders kregen een bijbelkring toegewezen van de kerkenraadscommissie voor het jeugdwerk.

Tijdens de oorlogsjaren werd een groot gedeelte van het dorp afgebroken. Op bevel van de burgemeester werd in 1942 ook de Oude Kerk buiten gebruik gesteld. Het bovengedeelte van de toren werd afgebroken. De foto's uit deze tijd geven een triest beeld van een ontluisterde kerk in een kale vlakte vol met landmijnen.

De historische klok uit 1598 die in de Nieuwe Kerk hing werd in februari 1943 in beslag genomen door de bezetters.Door sabotage is deze niet in een smelterij aangekomen, maar afgezonken in het IJsemeer. Nu hangt ze vanaf 1946 weer veilig in haar toren.

Confessioneel en Bond

Ds. van Ginkel werd op 1 juli 1942 bevestigd als vierde hervormde predikant. In de periode dat hij voorzitter was van de algemene kerkenraad kreeg hij te maken met de duidelijke verdeeldheid die er was binnen de gemeente. In deze tijd traden enkele kerkenraadsleden na emotionele discussies af, omdat ze zich niet konden verenigingen met het beleid. Deze ontwikkelingen leidden er toe dat de Hervormde Gemeente werd opgedeeld in een gelijk aantal predikanten voor de Confessionele richting en voor de Gereformeerde Bond. 

In de jaren na de oorlog groeide zowel het dorp als de Hervormde gemeente en werden er drie nieuwe kerken gebouwd. Ook groeide het aantal wijken. Vanaf de oprichting van de wijk Maranata in 1986 zijn dit er 10.