Geschiedenis

In 1886 werdt de laatste hand gelegd aan de Nieuwe Kerk in Katwijk aan Katwijk aan Zee, het vroegste en bekendste werk van de Leidse architect H.J. Jesse (1860-1943) en één van Hollands belangrijkste protestantse kerkgebouwen van de 19e eeuw.

Voordat de Nieuwe Kerk er stond, kerkten de Katwijkse hervormden in de Oude Kerk aan de Boulevard. Dit overblijfsel van de middeleeuwse, aan Andreas gewijde parochiekerk - na de verwoesting in 1572 was alleen het schip herbouwd - bleek in de loop van de 19e eeuw volstrekt onvoldoende voor de snelgroeiende gemeente. Al in 1850 werd uitbreiding, dan wel nieuwbouw, serieus overwogen, er werden zelfs tekeningen gemaakt, maar uiteindelijk bleef het bij het aanbrengen van twee galerijen in de Oude Kerk.

Pas in het najaar van 1883 kwam er schot in de plannen voor een geheel nieuwe kerk. Men ging op zoek naar een geschikte locatie, er werd kapitaal bijeengebracht, in september 1884 werd er een ontwerpprijsvraag uitgeschreven en het bekroonde ontwerp, van H.J. Jesse, werd van april 1885 tot 1887 uitgevoerd. Op woensdag 12 januari 1887 vond ten slotte de plechtige inwijding plaats.

Voor die dag was aangebroken, had men echter heel wat moeilijkheden moeten overwinnen. Hadden de kerkvoogden die voorzien, dan was deze Nieuwe Kerk er waarschijnlijk nooit gekomen! De problemen begonnen al met het bouwterrein. De grond die men op het oog had lag binnen de wettelijk voorgeschreven minimum-afstand (200m) tot de kerk van de christelijk gereformeerden, zodat hun speciale toestemming vereist was. Maar zij wilden die niet geven! Deze weigering leidde ertoe dat de Nieuwe Kerk een honderd meter verder van het dorp kwam te staan, op een iets groter, maar ook duurder terrein aan de Voorstraat.