Weekmeditatie 43, 44 en 45

Week 43: Dank God in alles

’Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus  voor u’, 1 Thessalonicenzen 5 : 18

Bestuderen: 1 Thessalonicenzen 5 : 16–22 

Dank God in álles, schrijft Paulus aan de gemeente van de Thessalonicenzen. Of, zo valt ook te vertalen: dank God onder álle omstandigheden. Het ’in alles’ of ’onder alle omstandigheden’ staat bovendien in de Griekse tekst helemaal vóórop in de zin. Je struikelt er meteen overeen. Mogelijk botst het ook enorm bij u. Danken, in álles? Dat is wel héél veel gevraagd. Weet de Heere God soms niet wat er in mijn leven allemaal knarst en kraakt? En …

Wacht! Zullen we de tekst eerst eens laten uítspreken? Niet meteen in de rede vallen en met ons eigen verhaal aan komen sjouwen? Dat doen we toch al zo vaak. Laat onze tekst eerst voor zichzelf mogen spreken. Daarbij ruimen we graag eerst een mogelijk misverstand uit de weg, namelijk dit: heeft de apostel soms makkelijk praten? Wie dat denkt, moet nu eerst 2 Korinthe 11 : 23–28 erbij pakken. Ik doe een kleine greep uit de ’vele wederwaardigheden en rampen’ (Ps. 34 : 9 ber.) die de heidenapostel hebben getroffen: vijf keer 39 stokslagen gekregen, drie keer gegeseld, een keer gestenigd en voor dood achtergelaten, schipbreuk geleden, in honger, kou en dorst geweest. Moeten we nog doorgaan? Zou u met hem willen ruilen? En het is toch werkelijk dezelfde Paulus die aan de gemeente schrijft dat ze God in alle dingen moeten danken. Sommige mensen zeggen weleens dat je weliswaar God ín alles moet danken, maar dat Paulus (gelukkig) niet zegt dat je God vóór alles moet danken. Dat onderscheid is op basis van de grondtekst echter niet vol te houden, hoe pastoraal bedoeld ook. Zit daar trouwens zoveel verschil in? In alle omstandigheden danken, of voor alle omstandigheden danken? Ik dacht het niet. Het lijkt maar zo. Het gaat Paulus om een danken ín alles en (zelfs) óndanks alles.

Overigens is het natuurlijk niet Paulus zelf die hier een en ander de gemeente voorhoudt. Hij schrijft immers in vers 19 óók: want dit is de wil van God in Christus voor u. Dat mochten wij rond de dankdag ook wel goed bedenken. God danken in alle omstandigheden is maar geen goede raad of pastoraal advies van Paulus. Nee, Gods wil steekt hierachter. Wie durft er tegen Gods wil in te gaan? Voor wie ook nog kijkt naar wat Paulus voor en na ons tekstwoord schrijft, valt meteen op hoe ’totaal’ de apostel spreekt. In vers 16 zegt hij: Verblijd u altijd. Altijd! In vers 17 luidt het: Bid zonder ophouden. Vóórtdurend dus! Hier is weinig ontsnappen mogelijk, dat voelen we allemaal wel aan. 

Maar hoe is dat toch te doen? God in en voor alles te danken, dat hijst een mensenkind, met alle lasten van het leven, toch niet? Dat red ik niet, zegt iemand. En inderdaad, dat lukt u ook niet. Dat lukt geen mens. Luther had dat al snel in de gaten. Hij schrijft bij onze tekst: Dankzeggen is het werk van Gods Heilige Geest in het hart. Zo is het precies! Het ligt er immers niet vanzelf in. Daar was u toch al wel achter? Wat er wel vanzelf in een zondaarshart ligt, is gemopper en gezeur. Daar kun je na ontvangen genade ook nog geducht last van hebben, of niets soms?

We gaan nog een stap verder de tekst in. Dieper, schrijf ik liever. Het werkwoord dat Paulus hier voor danken gebruikt is heel bijzonder. Ik schrijf het maar even uit: eu-charis-teoo. We herkennen er het woord eucharistie in. Het bijzondere van dit woord bevindt zich precies in het midden: charis. U weet wat charis betekent? Het betekent genade! Danken is genáde. Je kunt het ook andersom zeggen. Genade, daar word je zó blij van dat je vanzelf gaat danken. Opvallend genoeg lijken de Griekse woorden voor genade en blijdschap sprekend op elkaar (charis en chara). Het zal wel geen toeval zijn! Het is dus allebei waar. Echt danken is genade van God, en deze genade maakt dankbare mensen. Toch? 

De apostel Paulus heeft het best wel vaak over het danken. Kijk maar eens na in zijn brieven (bijv. Ef. 5 : 20, Fil. 4 : 6, Kol. 3 : 17). Het is niet slechts voorbehouden aan mensen die wat optimistischer en positiever in het leven staan. Paulus zelf gaf daarin het goede voorbeeld. Wat heeft hij de Heere niet gedankt voor de gemeenten. Terwijl daar meestal van alles aan de hand was …

Vindt u het moeilijk God in en voor alles te danken? Ik wel. Wat een weerstanden toch. Lees vers 19 nog een keer hélemaal. Dank God in alles, want dit is de wil van God in Christus voor u. De wil van God in Christus. Zou daarin, liever: in Hém, het geheim niet liggen? Ik geloof het vast. Een gezegende dankdag gewenst! 

✍ CHH

 Week 44: S.O.S. 

Lezen: Mattheüs 8 : 23–27 

De herfst staat bekend om de stormen. Dat zien we in eigen omgeving. Nog niet zo lang geleden raasde er een bijnaorkaan over Ierland, en met de opbouw van bijvoorbeeld Sint Maarten is men nog lang niet klaar. Storm komt ook in de Bijbel voor. Storm komt ook in ons geestelijk leven voor. Een bekend Bijbelgedeelte is de storm op het meer.

Storm rond (het volgen van) Jezus
Als Jezus in het schip gaat, volgen de discipelen Hem. Dán gaat het stormen. Is dat toevallig? Nee, dat is niet toevallig, want daar waar mensen Jezus volgen, daar begint de tegenstand. Een van de regels van de bedrijfshulpverlening is de vraag naar de bron van het gevaar. Die bron kan buiten je liggen, de wereld. Familie, vrienden, collega’s, medeleerlingen, enz., kunnen je aanvallen op je geloof, op je volgen van Jezus. Het gevaar kan ook van binnenuit komen. Je hebt strijd met jezelf te voeren en het kan best zo zijn, dat je daarin ook wel eens angstig bent: hou ik het geloof wel vol? Zonde en schuld zijn zaken, die een mens aanklagen en de duivel doet daar met veel graagte aan mee. Het vreemde is dus, dat het gevaar voortkomt uit het volgen van Jezus of liever, de tegenstand van de duivel daarbij. 

Wat wil de duivel?
Waarom is de duivel daar zo tegen? Omdat de duivel weet, dat deze zelfde Jezus behoud en redding geeft tot Gods eer. Dat is iets, wat de duivel in het geheel niet aankan. De roep om redding komt dus voort uit het volgen van Jezus. Dat is van belang om vast te houden. De redding komt niet zomaar opdagen. De redding heeft een doel: veilig thuis komen. En dat tot Gods eer.

Voorschriften bij de hulpverlening
1 Let op gevaar!
2 Wat is er gebeurd?
3 Stel gerust.
4 Regel deskundige hulp.
5 Help het slachtoffer ter plaatse 

Hoe komen we dan veilig thuis?
Door de Redder. Nu wordt er bij de bedrijfshulpverlening duidelijk gezegd, dat de redder bij een ongeval er goed voor moet zorgen, dat hij zelf geen gevaar loopt. Liever 1 slachtoffer dan 2. Denk dan aan de mensen om je heen. Bij ’let op gevaar’ is van belang te weten, dat Jezus Christus niet zichzelf eerst in veiligheid bracht, maar dat Hij juist zelf de plaats van het slachtoffer innam. In de instructie staat: beter 1 slachtoffer dan 2. Daar gaat Jezus Christus geheel in mee: beter 1 slachtoffer dan 2. Dat ene slachtoffer is Hijzelf!!! Hij keert alles om om ons te redden.

Wat is er gebeurd  en hoe stel je elkaar gerust?
Ik ben Hem gaan volgen en de wereld kwam daartegen in opstand, die wil dat niet, daarom ben ik in nood. De geruststelling bestaat er niet uit, dat we net doen alsof er niets aan de hand is, maar wel, dat we de verzekering hebben, dat noch dood noch leven noch engelen noch machten noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, ons betoond in Jezus Christus. Dat is de enige werkelijke geruststelling. De vraag aan ons als slachtoffers en als redders is: vertrouwen op Hem en op Hem alleen?

Regel deskundige hulp
Dat hangt meteen samen met de deskundige hulp, die verlangd wordt. Laten we niet proberen op eigen houtje redding te bieden. Elkaar bijstaan en wijzen op de werkelijke Helper is goed, maar de werkelijke redding laten we over aan de werkelijke Redder.

Hulp ter plaatse
Het leiden van het slachtoffer ter plaatse is van belang voor ons. We laten elkaar onderweg niet in de steek. Niet ik, maar wij. Niet mijn ziel, maar onze zielen. Nood breekt wet, zo zegt de EHBOinstructie. Is dat geestelijk ook zo? Let wel: NOOD breek wet. Er staat niet, dat de wet overtreden mag worden als het ons beter uitkomt. Dat is een groot verschil. Nood breekt wet. Niet de nood, maar Jezus Christus laat zien hoe Hij met de wet omgaat als wij in nood zijn. Hij breekt de wet niet, Hij vervult de wet, opdat wij met de liefde, die Hij in zijn wet zelf gebiedt vervuld zouden raken. Daarmee is de bron van alle kwaad tenietgedaan. Daarmee zal de bron van alle goed ons laven met levend water. Om veilig thuis te komen.

✍ K. F. W. Borsje 

 Week 45: Zie, Ik maak alle dingen nieuw 

Enkele aantekeningen bij Openbaring 21 : 1 - 8

1. Johannes krijgt de opdracht de woorden van onze tekst op te schrijven. Schrijf, dat betekent het moet vastgelegd en bewaard worden, de kennis hiervan mag niet verloren gaan. Deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.  

2.  Johannes werd een blik gegund in de toekomst. En dan ziet hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en de eerste aarde was voorbijgegaan. Dat betekent dat zij er niet meer waren.  Er is een einde gesteld aan de aarde en de mensen die daarop wonen. Het leven is geen kringloop, het is niet een eeuwig voortgaan. Er is een onomkeerbare richting. Het leven van de mens gaat naar een doel, een einde. En zo ook dat van de aarde.  

Maar dat einde is positief. Er is sprake van vervulling van de beloften. Uiteindelijk zullen er zijn: nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Het gaat aan op de Voleinding der eeuwen: Dat betekent dat zij uiteindelijk tot hun doel komen. Het doel dat de Heere aan hen gesteld heeft. 

3.  De Toekomst draagt een Naam: Jezus komt weer. De toekomst van de wereld draagt een naam, en wel die van de Heere Jezus. Hij komt weer. Hij komt uit de hemel weer om te oordelen en om het koninkrijk in volle glorie te stichten. Dat betekent meer dan alleen oordeel. Uw rechter is uw redder. Wie verwacht de kerk? Haar Heere en Heiland. En Die komt om Zijn kerk thuis te halen. En verder: als Hij al zijn vijanden aan zich onderworpen zal hebben zal hij het rijk overgeven in de handen van Zijn Vader. Dan zal het einde zijn.  En dat einde heeft als centraal punt: God. Dan zal Hij alles en in allen zijn. Dat is het fundament. De toekomst is Gods zaak, het gaat in de toekomst om God zelf. Deze God nu wil niet zonder mensen zijn. Hij is de God van het verbond. Hij heeft Zich tot de mensen gewend omdat Hij zich een volk wil vergaderen om eeuwig met Hem te leven. De volle toekomst is Immanuël, God met ons, nog meer dan in Jezus, nu God Zelf bij de mensen.

4. Let op de Heere spreekt hier Zelf. Hij is de Alpha en Omega. Hij is de eerste, die het eerste woord (schepping) heeft gesproken, Hij is ook de laatste, die het laatste woord (herschepping) spreekt. Wat geeft dat een zekerheid! Hij, de Heere, doet wat Hij zegt. 

Dat betekent werkelijke vernieuwing. Wij doen niet anders dan opknappen, verbeteren. Alles wat wij nieuw maken wordt weer oud. 

God: maakt werkelijk nieuw. Het oude verdwijnt. Zelfs de dood. Daar zal geen rouw meer zijn en er zullen geen tranen meer zijn.  In vers 6 staat: het is geschied. De Heere is er mee bezig, mee doende. Nu al werkt de Geest, Hij Die de vernieuwer is van het verdorvene. 

5.  We moeten ook goed zien dat het hier om een visioen gaat. Johannes ontvangt een blik in de hemel. Dat is heel wat meer dan wat wij ons als ideaal voor ogen houden. Het gaat om wat geen oog heeft gezien, geen oor gehoord, in geen mensenhart is opgeklommen. Het overstijgt alle verwachting. Dat moet ons er van af brengen te denken dat er iets van de mens bij kan. Wij kunnen het niet maken! ’t Komt er niet door ons toedoen. De Heere zegt: IK MAAK ALLES NIEUW. Dat mag ons aansporen om gewillig materiaal te zijn in de handen van de Geest, maar de Heere doet het uiteindelijk. 

6.  En nu wordt daar gesproken van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat betekent hier vernieuwd. Het is niet opnieuw een schepping uit niets. Het gaat om herschepping. Het gaat alle voorstelling te boven. Er zijn vervolglijnen. Er zal daar ook zijn wat hier al was. Maar er zijn ook breuklijnen! Het zal toch heel anders zijn dan het nu is. Het gaat om dezelfde aarde en hemel, maar anders. Dat is: zij zullen nieuw, heilig zijn. Het schema van deze wereld, haar door de zonde verwoeste structuren gaan voorbij, de wereld zelf niet. Iets van wat hier wordt gedaan, zal ingaan in het Rijk. Ik zou willen zeggen, het werk van de Geest blijft. En dat is niet anders dan het werk van Christus, want de Geest neemt het uit Christus. Al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan.

7. Johannes zag het nieuwe Jeruzalem (het koninkrijk Gods, dat hier al gestalte aanneemt in de kerk) komende uit de hemel, van God. Niet omgekeerd! Dat moet ons genezen van alle menselijke hoogmoed en met opgeheven hoofd het heil uit de hemel doen verwachten. 

8. Deze tekst heeft nu al betekenis. God is nu bezig mensen te vernieuwen. Hier ligt het begin van wat de voltooiing wordt. Door de werking van Woord en Geest worden nu zondaren tot God bekeerd en vernieuwd naar het evenbeeld van de Heere Jezus. Zo gaat er van dit gedeelte een vermaning, een dringend appel uit. Belofte en dreiging, bemoediging en waarschuwing. Het gaat erom of we met al ons hebben en houden in dienst staan van Kurios Jezus. Of dienen we andere heren? Abraham verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God Bouwer en Ontwerper is. Wat verwacht u. Van mensen uit onmogelijk om in verwachting van deze toekomst te leven. Maar God is de Belover, Hij staat garant voor de belofte van de stad.  Hij zorgt er ook voor dat er inwoners komen. Daartoe werft Hij ook vandaag. Mensen die horen, bij wie God zomaar de proppen uit de oren haalt. Wat een verantwoording als u ze er inhoudt.

✍ JG