Weekmeditatie week 35 Thema ''’En nu, wat verwacht ik, o Heere''
Je kunt verbaasd zijn, en sprakeloos, door wat je overkomt. Het kan binnen in je bruisen en koken. Er kan iets gebeurd zijn, waardoor je zo uit je evenwicht gegooid bent, dat er geen woorden voor te vinden zijn. Je houdt je groot. Maar van binnen klopt het niet. Alle goede voornemens en alle wijze lessen uit het verleden, vallen uit je handen. Je bent jezelf niet goed meer meester. Je weet het niet meer goed en balt als het ware je vuisten.
Zo ongeveer moet het bij David geweest zijn. En zo maken wij mensen het ook mee. Maar zo moet en mag het niet blijven. God kan verandering geven. In psalm 39 zien wij dat voor onze ogen gebeuren. Zwijgen helpt niet. Zwijgen is zelfs gevaarlijk. Als iemand zwijgt en mokt, dan verwoest het je van binnen. Dan gaat het vastzitten misschien en het zakt steeds dieper in je hart, en hoe kom je er dan weer van af? David gaat er mee naar de Heere en hij klaagt God zijn nood. Hij lucht bij de Heere zijn hart. Alleen dat al is een weldaad. Tegen mensen kun je het tweemaal, misschien driemaal vertellen, maar dan moet je stoppen, want dan zeggen zij: al dat geklaag! Bij de Heere kunnen wij de hele dag wel terecht. David klaagt, maar dat gaat niet zo zoetsappig. Hij klaagt over zijn vergankelijkheid, over zijn korte leeftijd, over de ijdelheid van zijn bestaan, over zijn overtredingen, over de dwaze mensen om hem heen. Maar zie, hij klaagt het tegenover de Heere uit! Vele mensen draaien zich in hun moeite van de Heere af. En dan mopperen zij in zichzelf: Waarom? Waarom ik? Maar David vindt de weg naar Boven. Hij zoekt de Heere. Heere met hoofdletters. Dat is de God van het Verbond, en de God van de beloften aan Abraham en zijn kinderen. David weet niet meer, hoe het moet. David ziet geen weg. En nu? Ja wat nu? Wat heb ik te wachten? Niets meer toch? Behalve dit ene: ’Mijn hoop, die is op U’... Een mens kan zo arm worden dat alleen de Heere overblijft. Maar wat dan nog? Het is Gods hand, die met hem twist. Davids plaag is de plaag van de Heere. De Heere straft. De Heere kastijdt. Lees maar vers 11 en 12. En David weet van zijn ongerechtigheid en van zijn overtredingen. Vers 9 en vers 12 noemen die nadrukkelijk. En wat ons overkomt, gaat daar niet buiten om. En kan de Heere jou dan nog wel hoop bieden? Ooit heeft de Heere Jezus gevraagd: Wilt gij ook niet heen gaan? Net als al die anderen? Alsof de Heere Jezus zeggen wil: Hebben jullie dan nog hoop op Mij? Je kunt leeg gehuild zijn. Maar, waar moet je anders heen, dan naar de Heere?
Mijn hoop, zegt David, die is op U. Tòch! Hoor, Heere, mijn gebed. En neem mijn geroep ter ore. Zwijg niet tot mijn tranen (vers 13). En dan komt David niet als iemand die recht heeft. Hij gaat de Heere niet op Zijn verplichtingen wijzen. Hij eist niet. Hij zegt zelfs: ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner. Een asielzoeker. Een asielzoeker komt de grens over. Blut, berooid, en gevlucht uit lijfsbehoud, of uit armoe. Veel praatjes kan hij niet hebben. Nederig moet hij zich melden bij de overheid. Hij vraagt om mededogen. Om genade. En zie... een vreemdeling bij ons moet het nog maar afwachten of hij blijven mag, ja of nee. En hij weet niet of er voor hem een plaatsje is. Maar David? Hij klopt aan bij de Heere. Dat is die God, die Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden. En wat denkt u? Hoe zal het met David gegaan zijn? Is alles meteen veranderd? Nee! De psalm eindigt nog met een klacht. Asielzoekers, vreemdelingen en bijwoners moeten nogal eens wachten. Maar wat denkt u? Hoe loopt het met David af ? En hoe loopt het met ons af ? Als wij bij de Heere aankloppen, zonder rechten en met ongerechtigheden en overtredingen, hoe zal het dan met ons gaan? Hoop doet leven. Hoop geeft moed. Het kruis van onze Heere Jezus Christus heeft er gestaan, op Golgotha. Hoop mogen wij hebben, voor onszelf, voor onze man of vrouw, voor ons kind, en voor de gemeente waarmee wij verbonden zijn. Hoop geeft uitzicht. Wat een verandering, als je, door je tranen heen, kunt zeggen: Mijn hoop, die is op U! De hoop beschaamt niet. De hoop op de Heere? De Heere met hoofdletters? Zijn Naam is wonderlijk. Zou er iets voor de Heere wonderlijk zijn? Hoe zegt Psalm 25 dat? ’Allen die U verwachten zullen niet beschaamd worden.’ En Psalm 42? ’Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God! Want ik zal Hem nog loven, voor de verlossingen Zijns aangezichts.’ De Heere verlost van alle zonden. En van alle gevolgen van de zonde. De Heere verlost uit al onze benauwdheden!
Ds. D. J. van Eckeveld